Volgende week begint de klimaattop in Kopenhagen
Volgende week begint de langverwachte klimaattop in Kopenhagen. Aangezien ikzelf vanuit het Vlaams Parlement naar de conferentie wordt afgevaardigd, zal ik de komende twee weken regelmatig een stuk schrijven op deze blog over de inzet, knelpunten en evolutie van de Kopenhagentop. Vanaf de 11de tot de 18de december zal ik dan vanuit Kopenhagen schrijven over het reilen en zeilen tijdens de cruciale week van de klimaatonderhandelingen.
Ter inleiding: waarover gaat de top in Kopenhagen nu eigenlijk precies?
189 landen komen samen om een nieuw protocol te onderhandelen over een verminderde uitstoot van broeikasgassen. Het vorige protocol werd afgesloten in 1997 in Kyoto en houdt in dat de industrielanden van 2008 tot en met 2012 in totaal 5% minder broeikasgassen moeten uitstoten. Europa nam het voortouw, de Verenigde Staten bleven achter.
Nu is de situatie enigszins gewijzigd, in positieve en negatieve zin. Het goede nieuws is dat de Verenigde Staten en China, de twee grootste vervuilers, bereidheid tonen om mee te werken. Het slechte nieuws is dat klimaatwetenschappers telkens vaststellen tijdens verderonderzoek dat de vermindering van broeikasgasuitstoot sneller moetgebeuren en groter moet zijn dan eerder gedacht. Bovendien blijkt het ondertussen vijf na twaalf voor het klimaat: de klimaatopwarming is volop aan de gang en er vallen jaarlijks heel wat slachtoffers. Het Global Humanitarian Forum, geleid door Kofi Annan, schat nu al het jaarlijks aantal doden door onder meer de toegenomen droogte en overstromingen op 300.000 doden per jaar. Dat zou oplopen tot 500.000 doden in 2030.
Een degelijk klimaatbeleid gaat dus niet alleen meer over vermindering van uitstoot van broeikasgassen, maar ook over het nemen van maatregelen tegen de effecten van de klimaatopwarming.


